Topdown leren

Wie op zoek gaat naar de consequenties van topdown denken voor de leerling op school komt bedrogen uit. Nergens is duidelijk en overzichtelijk terug te vinden waarmee de onderwijsgevende rekening moet houden of tegen welke problemen de leerling die deze denkwijze heeft, oploopt in het onderwijs of het dagelijks leven.
Als we kijken naar de onderwijssituatie, zien we dat topdown denkers een kader nodig hebben voordat ze zich ergens op kunnen concentreren. Wanneer je geen benul hebt waar de juf het over heeft kun je met de beste wil van de wereld ook niet vólgen waar ze het over heeft. Je zoekt dus eerst een tijdje naar de context, maar wanneer die onduidelijk blijft haak je af.
Topdown denkers leren van gehelen naar delen. Oftewel: ze moeten weten waar het over gaat, wat het grotere geheel is waar deze stof in past, welk doel de les heeft, etc. voordat ze snappen waarom ze juist die les krijgen. Dat betekent dus dat ze eerst uitleg moeten krijgen over het grotere geheel en welke functie dit specifieke onderdeel daarin heeft. Dan pas is het mogelijk om zich gericht daarop te concentreren.
Een ander aspect waarmee in het onderwijs rekening moet worden gehouden is de logische opbouw die de leerstof moet hebben.
Tegenwoordig is de didactiek vaak bottom-up. De leerling is een tijdje (soms wel zes weken) met de stof bezig, ontdekt dingen, leert vaardigheden, etc, waarna die verschillende onderdeeltjes tot een geheel worden gesmeed.